ECLI:NL:CRVB:2012:BX3201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar na een anonieme melding startte de gemeente een onderzoek naar haar woonsituatie. Het onderzoek wees uit dat appellante en appellant feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden op het adres van appellant, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven.
Het college trok de bijstand van appellante in over de periode van 1 april 2007 tot en met 31 maart 2009 en vorderde de kosten terug. Appellanten voerden onder meer aan dat de verklaringen in het strafrechtelijk onderzoek onrechtmatig waren verkregen en dat zij niet samenwoonden, maar deze verweren werden door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat het gebruik van de verklaringen niet onrechtmatig was en dat de verklaringen, ondersteund door getuigenverklaringen en dossieronderzoek, voldoende bewijs vormden voor het bestaan van een gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.