ECLI:NL:CRVB:2012:BW8756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, die per 5 mei 2008 werd beëindigd vanwege inkomsten boven de norm. Na een anonieme tip startte het college een onderzoek naar verzwegen werkzaamheden en inkomsten, resulterend in een besluit tot intrekking van bijstand vanaf 1 maart 2004 en terugvordering van €55.369,21.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het college niet bevoegd was tot het onderzoek. De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 53a WWB bevoegd is tot onderzoek naar juistheid en volledigheid van gegevens, zonder dat daarvoor bijzondere bevoegdheden nodig zijn. Tevens is artikel 53a WWB een toereikende wettelijke grondslag in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 1992 en de stelling dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, faalden omdat de situatie niet vergelijkbaar is en appellante niet aannemelijk maakte dat het gebruik van het bewijs onder alle omstandigheden ontoelaatbaar is. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.