ECLI:NL:CRVB:2014:569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering inkomensvoorziening wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving algemene bijstand en later een inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college trok de bijstand en inkomensvoorziening in en vorderde kosten terug wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met appellant, zonder dit te melden.
De sociale recherche voerde uitgebreid onderzoek uit, waaronder observaties, verklaringen en het opvragen van gegevens. Het college baseerde daarop de besluiten tot intrekking en terugvordering. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onterecht de bezwaren heeft behandeld op basis van de WIJ in plaats van de WWB, en dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor een gezamenlijke huishouding vóór 1 januari 2011. Wel is vastgesteld dat vanaf die datum sprake was van gezamenlijke huishouding. Daarom vernietigt de Raad de bestreden besluiten voor zover deze zien op perioden vóór 2011, handhaaft het besluit voor 2011 en veroordeelt het college in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering over 2008-2010 wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding, maar handhaaft het besluit over 2011.