Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 8 januari 2014 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college wees de aanvraag af omdat appellant niet kon aantonen dat hij schulden had gemaakt om in zijn levensonderhoud te voorzien. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen.
In het hoger beroep betwist appellant dat de van familie en vrienden ontvangen bedragen als middelen moeten worden aangemerkt, omdat hij stelt dat het geleende bedragen zijn die terugbetaald moeten worden. De Raad overweegt dat kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandontvanger in principe als middelen worden beschouwd, ook als het geleende bedragen betreft, tenzij sprake is van een bijzondere situatie.
De verklaringen van familie en vrienden over de geleende bedragen vermelden geen concrete terugbetalingsverplichting. De Raad concludeert dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ontvangen bedragen schulden zijn. Daarom heeft het college de bedragen terecht als middelen aangemerkt bij de bijstandsverlening.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en verklaart het beroep tegen het nader besluit ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.