Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
- bevestigt de aangevallen uitspraken 1 tot en met 6;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1997 bijstandontvanger, heeft meerdere keren bijzondere bijstand aangevraagd voor uiteenlopende kosten, waaronder woonlasten, schulden, medische kosten en duurzame gebruiksgoederen. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees deze aanvragen af op grond van diverse bepalingen uit de Participatiewet, zoals het territorialiteitsbeginsel, het bestaan van voorliggende voorzieningen en het ontbreken van zeer dringende redenen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische en persoonlijke omstandigheden, waaronder langdurige depressie en suïcidale gedachten, een acute noodsituatie creëren die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Tevens verzocht hij om ontheffing van de verplichting telkens opnieuw aanvragen in te dienen, vanwege zijn medische problematiek.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een acute noodsituatie die alleen door bijzondere bijstand kan worden verholpen. De hoge woonlasten zijn de kern van zijn financiële problemen, waarvoor verhuizing naar een goedkopere woning de aangewezen oplossing is. Ook is niet gebleken dat appellant niet in staat is zijn wil kenbaar te maken of schriftelijke aanvragen in te dienen, waardoor het verzoek om ontheffing wordt afgewezen.
Verder is vastgesteld dat de zitting via videobellen geen schending van het belang van appellant opleverde, ondanks zijn en zijn gemachtigde's weigering te verschijnen. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand en wijst het verzoek om ontheffing van de aanvraagverplichting af.