ECLI:NL:CRVB:2016:2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Bbz-uitkering wegens ontbreken ondubbelzinnige toezeggingen
Appellanten ontvingen vanaf april 2010 algemene bijstand in de vorm van een renteloze lening op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Na beëindiging van hun zelfstandige werkzaamheden in november 2012 werd het inkomen over 2012 definitief vastgesteld, waarbij het college een hoger netto-inkomen vaststelde dan de jaarnorm. Dit leidde tot terugvordering van een deel van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat het negatieve bedrijfsresultaat gesaldeerd moest worden met de inkomsten uit arbeid, en dat het vertrouwensbeginsel aan terugvordering in de weg stond vanwege eerdere inhoudingen die ongedaan waren gemaakt en adviezen van gemeentelijke functionarissen.
De Raad oordeelde dat het netto-inkomen niet mag worden gesaldeerd en dat het vertrouwensbeginsel alleen geldt bij uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen, welke hier ontbraken. Ook werden geen dringende redenen voor kwijtschelding erkend. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de Bbz-uitkering en wijst het hoger beroep af.