ECLI:NL:CRVB:2024:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Tozo-bijstand wegens niet opgegeven huurinkomsten
Appellanten, zelfstandige ondernemers, ontvingen algemene bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) over de periode van maart 2020 tot maart 2021. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok deze bijstand in en vorderde het bedrag van €21.484,56 terug, omdat appellanten geen melding hadden gemaakt van inkomsten uit verhuur van privé-eigendom en overboekingen van zakelijke naar privérekeningen.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. Zij voerden aan dat het inkomen niet per maand, maar over de gehele Tozo-periode beoordeeld moest worden, dat negatieve bedrijfsresultaten gesaldeerd moesten worden met huurinkomsten, dat hypotheekkosten in mindering gebracht moesten worden en dat zij ongelijk werden behandeld ten opzichte van directeur-grootaandeelhouders (dga's).
De Raad oordeelde dat de Tozo een eigen inkomensbegrip kent waarbij het inkomen per kalendermaand wordt vastgesteld, aansluitend bij de Participatiewet. Negatieve bedrijfsresultaten kunnen niet worden gesaldeerd met positieve particuliere huurinkomsten. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat appellanten niet vergelijkbaar zijn met dga's die in loondienst zijn van hun BV. Ook is geen aftrek van hypotheekkosten toegestaan bij particuliere verhuurinkomsten. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstand blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de Tozo-bijstand blijven in stand.