ECLI:NL:CRVB:2017:2488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellant ontving sinds 2008 bijstand op grond van de WWB. Het college trok de bijstand in per 17 oktober 2013 en vorderde de kosten terug wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, wat in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij beschikte over overige middelen, zoals contant loon, leningen en een schade-uitkering. De schriftelijke verklaringen en bewijsstukken waren niet deugdelijk en controleerbaar. Ook was niet aannemelijk gemaakt hoe appellant de kosten van levensonderhoud en omgangsregeling voor zijn kinderen betaalde.
Verder werd het bezwaar tegen de afwijzing van twee aanvragen om bijstand afgewezen. De Raad paste het juiste toetsingskader toe voor de verschillende perioden en concludeerde dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die recht zouden geven op bijstand.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.