ECLI:NL:CRVB:2017:2561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloonberekening WW-uitkering na samenloop oude en nieuwe rechten
Appellant ontving vanaf 1 mei 2013 een WW-uitkering en verrichtte daarnaast werkzaamheden via een uitzendbureau. Na het vervallen van deze werkzaamheden ontstond een nieuw recht op WW-uitkering met een vastgesteld dagloon van €64,29. Het Uwv beëindigde het oude recht en handhaafde het nieuwe dagloon, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het Uwv het dagloon correct had berekend op basis van het aangiftetijdvak van één maand zoals opgegeven door de werkgever aan de Belastingdienst. Appellant voerde in hoger beroep aan dat een vierwekenperiode beter aansloot bij de wekelijkse loonbetaling en dat een specifieke week loon ten onrechte niet was meegenomen.
De Raad oordeelde dat het Uwv het dagloon juist berekende conform het Dagloonbesluit, waarbij het loon wordt toegerekend aan het aangiftetijdvak zoals door de werkgever opgegeven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde het dagloon vast op €78,67 per 8 januari 2016. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het dagloon voor de WW-uitkering wordt vastgesteld op €78,67 per 8 januari 2016 en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.