Uitspraak
16 februari 2016, 14/8974, 15/3360, 15/3362 en 15/5705 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, vroegen maatschappelijke opvang aan bij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen, welke werd afgewezen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) een voldoende voorziening is en dat het koppelingsbeginsel van de Wmo 2015 toepassing vindt, waardoor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf geen aanspraak kunnen maken op opvang volgens deze wet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de opvangvoorzieningen voor deze vreemdelingen onder verantwoordelijkheid van de centrale overheid vallen en dat het uiteindelijk aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is om over de rechtmatigheid van weigeringen tot opvang in een VBL te oordelen.
Het verzoek om schadevergoeding van een appellant wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.