ECLI:NL:CRVB:2018:1420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en afwijzing nieuwe aanvraag wegens onduidelijkheid over inkomsten uit marktplaatsactiviteiten
Appellant ontving sinds 2012 bijstand, die vanaf februari 2015 werd ingetrokken na onderzoek naar zijn inkomsten en uitgaven. De gemeente Den Haag stelde vast dat appellant nauwelijks pinbetalingen deed en geen contant geld opnam, terwijl hij verklaarde geleend geld te gebruiken en spullen via Marktplaats te verkopen.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn levensonderhoud, mede door wisselende verklaringen en het niet melden van structurele verkoopactiviteiten op Marktplaats. Daarnaast was er geen deugdelijke administratie van leningen en inkomsten. Hierdoor werd de inlichtingenverplichting geschonden en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Ook de nieuwe aanvraag van appellant werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte dat zijn omstandigheden waren gewijzigd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Den Haag.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 17 april 2018, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van het recht op bijstand.