ECLI:NL:CRVB:2018:199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en boete wegens niet gemelde bankstortingen en bijschrijvingen
Appellant ontving bijstand van maart tot november 2014. Het college herzag de bijstand en legde een boete op wegens het niet melden van stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening, die als inkomen werden aangemerkt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde de boete op €590,-.
In hoger beroep stelde appellant dat de stortingen eigen geld of leningen waren en geen inkomen vormden. De Raad oordeelde dat de stortingen en bijschrijvingen wel als inkomen moeten worden beschouwd, omdat zij feitelijk aanwendbaar waren voor de kosten van bestaan en appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden.
De Raad verlaagde de boete naar €582,50 vanwege gewijzigde regelgeving en veroordeelde het college in de proceskosten. Het college moest het griffierecht vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 januari 2018.
Uitkomst: De boete wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen wordt vastgesteld op €582,50 en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.