ECLI:NL:CRVB:2019:705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf 2005 bijstand en AIO-aanvulling. Na een onderzoek in 2014 naar pinopnames buiten Nederland en het bezit van onroerend goed in Turkije, werd de AIO-aanvulling ingetrokken en teruggevorderd wegens niet-melding van dit vermogen.
Appellant voerde aan dat de waarde van het onroerend goed onder de vermogensgrens lag en betwistte de taxatie van de Svb. Tevens stelde hij dat terugvordering ernstige sociale en financiële gevolgen zou hebben vanwege zijn gezondheid.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en de bewijslast voor de waarde van het onroerend goed op hem rustte. De taxatierapporten en stukken boden onvoldoende inzicht in de waarde. De intrekking was daarom terecht. Ook werden de sociale en financiële gevolgen onvoldoende onderbouwd geacht om van terugvordering af te zien.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd. De Svb werd veroordeeld in de proceskosten van appellant in zaak 17/461 PW, maar niet in zaak 17/4187 PW.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet-melding van onroerend goed, ondanks betwisting van de taxatiewaarde en beroep op dringende terugvorderingsgronden.