Appellant ontving bijstand en verrichtte modellenwerk zonder dit volledig te melden, waardoor het college de bijstand introk en kosten terugvorderde. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden, maar dat grove schuld niet is aangetoond. De boete wordt daarom verlaagd tot 10% van de bijstandsnorm. Verder oordeelt de Raad dat de door appellant ontvangen bedragen van zijn moeder leningen voor levensonderhoud waren en geen inkomen, waardoor hij recht heeft op bijstand vanaf november 2015.
De eerdere besluiten tot afwijzing van bijstandaanvragen worden vernietigd en herroepen. Het college wordt veroordeeld in de kosten van appellant. De uitspraak vervangt de vernietigde besluiten en kent appellant bijstand toe vanaf 9 november 2015.