ECLI:NL:CRVB:2020:2930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- J.T.H. Zimmerman
- M.E. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening Ziektewet-uitkering wegens niet-verzekerd zijn als werknemer
Appellant ontving aanvankelijk een WW-uitkering en later een ZW-uitkering na ziekmelding. Het UWV stelde na onderzoek vast dat het dienstverband mogelijk gefingeerd was en dat appellant niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen. Hierdoor werden de WW- en ZW-uitkeringen ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat tegen het intrekkingsbesluit van de WW-uitkering geen bezwaar was gemaakt, waardoor dit besluit formele rechtskracht kreeg. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de formele rechtskracht doorbroken moest worden, maar de Raad oordeelde dat hiervoor geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
De Raad bevestigde dat appellant op grond van artikel 7 ZW Pro niet als werknemer verzekerd was en dat het UWV terecht de ZW-uitkering herzag en de onverschuldigd betaalde uitkeringen terugvorderde. Er was geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de ZW-uitkering bevestigd.