Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
17 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4080). Nu geen zwaarwegende redenen bestaan op grond waarvan appellante niet binnen de gegeven termijn haar medewerking aan het huisbezoek kon verlenen, bestond geen aanleiding voor het bieden van een ruimere hersteltermijn.
2 oktober 2018 heeft appellante gemeld dat zij twee getuigen had meegebracht en heeft de rechtbank het niet nodig geacht deze getuigen te horen. De rechtbank heeft de door appellante meegebrachte getuigen niet vermeld in de aangevallen uitspraak, noch heeft zij gemotiveerd overwogen waarom deze niet zijn gehoord. Dat de rechtbank, gelet op artikel 8:63, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan afzien van het horen van getuigen, laat onverlet dat de rechtbank die beslissing dient te motiveren.
€ 1.496,- in hoger beroep (2 punten), in totaal € 4.060,-. Verder bestaat aanleiding te bepalen dat het college aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.
BESLISSING
- vernietigt aangevallen uitspraak 1 voor zover deze ziet op bestreden besluit 2;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover dat betrekking heeft op de intrekking van de bijstand over de maanden augustus 2016, september 2016, november 2016, januari 2017, februari 2017 en mei 2017 en op de terugvordering;
- herroept het besluit van 25 augustus 2017 voor zover dit betrekking heeft op de intrekking over de maanden augustus 2016, september 2016, november 2016, januari 2017, februari 2017 en mei 2017, verlaagt de bijstand over augustus 2016 met € 85,-, over januari 2017 met € 600,-, over februari 2017 met € 150,- en over mei 2017 met € 50,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van bestreden besluit 2;
- draagt het college op een nieuwe beslissing op het bezwaar over de terugvordering te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- bevestigt aangevallen uitspraak 1 voor het overige;
- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.060,-;
- bepaalt dat het college het door appellante betaalde griffierecht van in totaal € 348,-