Betrokkene, voormalig ambtenaar van de gemeente Nederweert, ontving een na-wettelijke uitkering die per 10 november 2019 werd beëindigd door het college van burgemeester en wethouders. De rechtbank had het besluit vernietigd wegens een onbevoegd genomen besluit en onvoldoende belangenafweging, waarna het college een nieuw besluit nam dat de uitkering opnieuw beëindigde.
In hoger beroep stelde betrokkene dat het college het onbevoegd genomen besluit niet met terugwerkende kracht mocht bekrachtigen en dat hij recht had op de uitkering tot aan zijn pensioen. De Raad oordeelde dat het college het bevoegdheidsgebrek had hersteld door bekrachtiging en dat geen recht op uitkering tot pensioen bestond volgens de toepasselijke CAR/UWO-regels.
Het vertrouwensbeginsel werd erkend, maar de Raad stelde dat zwaarder wegende belangen, zoals het algemeen belang, kunnen prevaleren. Voor een zorgvuldige belangenafweging is onderzoek naar de financiële situatie van betrokkene noodzakelijk. Omdat betrokkene ondanks herhaald verzoek geen financiële gegevens verstrekte, mocht het college de uitkering beëindigen.
Betrokkene voerde aan dat geen fysieke hoorzitting had plaatsgevonden, maar dit werd verworpen omdat de digitale hoorzitting voldoende was en betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij hierdoor benadeeld was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het college in de proceskosten.