Uitspraak
22.1432 WIA
29 maart 2022, 21/1274 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met hart- en longklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen.
Appellant maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin beperkingen waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief het gebruik van objectieve longfunctietesten en de juiste toepassing van het Verzekeringsgeneeskundig protocol COPD.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat onvoldoende rekening was gehouden met combinatie van COPD en eosinofiele astma, en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet, bevestigde de zorgvuldigheid en motivatie van het medisch en arbeidskundig onderzoek, wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en bevestigde het oordeel dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.