ECLI:NL:CRVB:2023:582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag NOW-3 subsidie en weigering wijziging omzetperiode na indiening
Appellante, een autobedrijf, diende op 6 maart 2021 een aanvraag in voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de NOW-3, vierde tranche, waarbij zij een omzetverlies verwachtte over de periode maart tot en met mei 2021. Na toekenning van de subsidie maakte appellante bezwaar en verzocht zij om wijziging van de meetperiode naar januari tot en met maart 2021, stellende dat sprake was van een kennelijke vergissing.
De minister wees het bezwaar af omdat de NOW-regeling geen wijziging van de aanvraag toestaat na indiening, om snelle en generieke afhandeling van de vele aanvragen te waarborgen. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees erop dat de werkgever zelf verantwoordelijk is voor de juistheid van de aanvraag en dat correctie achteraf niet mogelijk is.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het hier een kennelijke menselijke vergissing betrof en dat strikte toepassing van de regeling niet verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke vergissing die de minister bij ontvangst had kunnen vaststellen en dat de regeling een gebonden bevoegdheid bevat, waardoor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet aan de orde is.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omzetperiode in de subsidieaanvraag kan niet worden gewijzigd.