ECLI:NL:CRVB:2025:761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- D.H. Harbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij online gokken
Appellanten ontvingen sinds 2016 bijstand en werden in 2020 geconfronteerd met een onderzoek naar hun gokactiviteiten nadat zij deze niet hadden gemeld. Het dagelijks bestuur trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellanten betwistten dit en stelden dat zij met verstrekte stukken het recht op bijstand konden aantonen en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen.
De Raad oordeelde dat het gokoverzicht en de bankafschriften slechts een indicatie geven van de winsten, maar geen volledig beeld, omdat online winsten niet altijd op de bankrekening worden uitbetaald en opnieuw kunnen worden ingezet. Appellanten konden geen volledige boekhouding overleggen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De vooronderstelling uit eerdere rechtspraak over gokken in een fysieke gokinstelling is niet van toepassing op online gokken, waar wel een verifieerbare administratie mogelijk is.
Verder werden de door appellanten aangevoerde dringende redenen, waaronder gokverslaving en psychische klachten, onvoldoende onderbouwd met stukken. Het dagelijks bestuur had een zorgvuldige belangenafweging gemaakt en hoefde niet van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bleven in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting bij online gokken worden bevestigd.