ECLI:NL:CRVB:2024:157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten contra-expertise in arbeidsongeschiktheidsprocedure
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een contra-expertise in het kader van een arbeidsongeschiktheidsuitkeringprocedure bij het UWV. Het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf wees deze aanvraag af, stellende dat de kosten niet noodzakelijk zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant voerde aan dat de kosten noodzakelijk zijn vanwege een ongelijke procespositie en het ontbreken van compensatie door de rechter in de arbeidsongeschiktheidsprocedure. De Raad oordeelt echter dat de kosten van een contra-expertise in beginsel niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35 van Pro de Participatiewet kunnen worden beschouwd, mede omdat de rechter in de procedure de mogelijkheid heeft om een deskundige te benoemen en appellant medische stukken kan aanleveren.
De Raad benadrukt dat de wens van appellant om zijn positie te versterken in de procedure geen toereikende grond is voor het toekennen van bijzondere bijstand voor contra-expertisekosten. Het hoger beroep wordt verworpen, de eerdere uitspraak bevestigd en appellant krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van een contra-expertise wordt bevestigd.