ECLI:NL:CRVB:2024:2400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand en niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-hersteld verzuim
Appellant diende op 6 februari 2020 een aanvraag om bijstand in, die door het college niet in behandeling werd genomen. Appellant maakte bezwaar via e-mail, terwijl de elektronische weg niet openstond. Het college gaf appellant de mogelijkheid het verzuim te herstellen door het bezwaar schriftelijk en met handtekening in te dienen, maar appellant deed dit niet binnen de gestelde termijn. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd een tweede aanvraag om bijstand afgewezen omdat appellant niet alle gevraagde financiële stukken, waaronder bankafschriften van creditcards, had overgelegd. Hierdoor kon het college niet vaststellen of appellant bijstandbehoevend was.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het niet tijdig herstellen van het verzuim en dat de afwijzing van de aanvraag terecht was vanwege het ontbreken van noodzakelijke financiële gegevens.
Appellant kreeg de proceskosten en het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 december 2024.
Uitkomst: De hoger beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de afwijzing van de aanvraag om bijstand worden ongegrond verklaard.