ECLI:NL:CRVB:2026:611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland zonder dringende redenen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef in 2022 langer dan de maximaal toegestane vier weken in het buitenland, namelijk in Turkije. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht trok daarom haar bijstand over de periode van 19 tot en met 29 oktober 2022 in. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij werd gediscrimineerd omdat zij anders werd behandeld dan Nederlanders met familieleven in Nederland, dat haar recht op familieleven werd geschonden, dat er zeer dringende redenen waren om bijstand te verlenen en dat haar belangen zwaar wogen. De Raad oordeelde dat artikel 13 lid 1 onder Pro e van de Participatiewet een objectieve en redelijke rechtvaardiging biedt voor de intrekking en dat er geen sprake is van discriminatie.
Verder stelde de Raad dat het recht op familieleven niet zo ver strekt dat bijstand moet worden verleend voor verblijf in het buitenland, ook niet bij overlijden van een familielid. De door appellante aangevoerde psychische gevolgen voldeden niet aan de vereisten van een acute noodsituatie zoals bedoeld in artikel 16 lid 1 van Pro de Participatiewet. De belangenafweging leidde tot bevestiging van de intrekking van de bijstand en afwijzing van het hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens overschrijding van de maximale verblijfsduur in het buitenland wordt bevestigd.