Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
een groot deel van het jaar (emigratiedatum gesteld op 12 mei 2004) niet premieplichtig is geweest in Nederland”. Verzocht wordt belanghebbende premievrijstelling te verlenen met ingang van 12 mei 2004.
f35.000 als inkomsten uit arbeid.
f35.000 (1998) respectievelijk € 38.117 (2001) en € 44.000 (2002) als loon uit dienstbetrekking aangegeven;
€ 7.701 € 5.520
ontvangenbedragen, na aftrek van kosten. In de volgende jaren is dat anders:
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
f35.000 aan provisies van [CD] GmbH was begrepen. Het Hof acht deze stelling niet aannemelijk gemaakt. Veeleer is aannemelijk dat het in die jaren, net zoals in 1998, gaat om inkomsten uit arbeid voor ‘[A]’ althans[A] Beheer B.V. (zie 2.5.3). Niet aannemelijk is dat voor 1995 en 1996 wel aangifte van de provisie-inkomsten is gedaan en in latere jaren niet meer. Daar komt nog bij dat de provisie-inkomsten van [CD] GmbH een jaarlijks wisselende omvang hadden en de aangegeven arbeidsbeloningen voor de jaren 1995 tot en met 1998 hetzelfde bedrag (
f35.000) belopen.
5.Immateriële schade (overschrijding van de redelijke termijn)
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens de beslissingen omtrent de proceskosten en het griffierecht;
- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen de navorderingsaanslagen IB/PV 1997, 1998 en 1999 en tegen de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in zoverre;
- bevestigt de uitspraken op bezwaar voor het overige;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PV 1997 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen en een premie-inkomen van € 18.835;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PV 1998 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van € 32.816 en een premie-inkomen van € 20.855;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PV 1999 tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van € 28.767 en een premie-inkomen van € 21.861;
- vermindert de bij de beschikkingen opgelegde boeten tot (steeds) boeten ter grootte van 25% van de nagevorderde IB/PV; en
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 745.