ECLI:NL:GHAMS:2024:2128
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Effectenleasezaak over vergunningplichtig advies en schadevergoeding tussen Dexia en afnemer
Deze civiele zaak betreft een effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en afnemer, waarbij centraal stond of de tussenpersoon vergunningplichtig advies heeft gegeven zonder vergunning en of Dexia hiervan op de hoogte was. Indien dit het geval was, zou Dexia gehouden zijn tot volledige schadevergoeding.
De feiten zijn niet in geschil en betreffen een leaseovereenkomst uit 1998 met een eindafrekening in 2006. De afnemer heeft een opt out-verklaring uitgebracht waardoor een WCAM-overeenkomst niet van toepassing is. Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie die effectenleaseovereenkomsten als koop op afbetaling kwalificeert en stelt dat er geen sprake is van dwaling, bedrog of nietigheid.
Dexia stelde dat een minnelijke regeling bestond en dat verjaring van toepassing was, maar het hof verwierp deze stellingen. Juridisch kader en recente jurisprudentie van de Hoge Raad werden uitgebreid besproken, met name over vergunningplichtige advisering door tussenpersonen.
De afnemer stelde dat de tussenpersoon vergunningplichtig advies had gegeven, maar het hof vond de stellingen onvoldoende concreet en concludeerde dat geen vergunningplichtig advies was gegeven. Dexia had onvoldoende gecontroleerd, maar dit leidde niet tot aansprakelijkheid. De schade wordt conform het hofmodel afgewikkeld, waarbij Dexia reeds voldoende heeft vergoed. De afnemer wordt veroordeeld tot betaling van een restitutie aan Dexia en in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geen vergunningplichtig advies is gegeven, wijst de schadevergoeding van afnemer af en veroordeelt afnemer tot betaling van een restitutie aan Dexia.