Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
1.Het geding in hoger beroep
- verklaart het beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, doch uitsluitend voor zover die betrekking heeft op de verzuimboete;
- vermindert de verzuimboete tot een bedrag van € 357;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres, vastgesteld op een bedrag van € 105;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres, vastgesteld op een bedrag van € 1.895; en
- draagt verweerder en de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden, elk voor een bedrag van € 172,50.”
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
- i) de beslissing om de heffing van griffierecht niet achterwege te laten;
- ii) het oordeel dat de naheffingsaanslag en de verzuimboete niet onrechtmatig zijn opgelegd;
- iii) het oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op een vergoeding van kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en van kosten voor een uittreksel uit het handelsregister, en
- iv) het ontbreken van een beslissing over wettelijke rente.
4.De overwegingen van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
5.Beoordeling
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor zover het betreft de beslissing dat het beroep ongegrond is en de beslissingen over de verzuimboete, over de vergoeding van kosten en over de wettelijke rente;
- verklaart het beroep gegrond;
- vermindert de verzuimboete tot € 178;
- beslist dat, indien de inspecteur niet tijdig heeft vergoed (i) de door de rechtbank te zijnen laste gebrachte immateriële schade van € 105 en (ii) zijn aandeel van € 172,50 in het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken nadat de rechtbank haar uitspraak heeft gedaan;
- beslist dat, indien de Staat niet tijdig heeft vergoed (i) de door de rechtbank te zijnen laste gebrachte immateriële schade van € 1.895 en (ii) zijn aandeel van € 172,50 in het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken nadat de rechtbank haar uitspraak heeft gedaan;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende voor het geding in eerste aanleg, vastgesteld op € 20;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende voor het geding in hoger beroep, vastgesteld op € 9;
- gelast de inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak in hoger beroep van € 548, en
- beslist dat, indien de inspecteur niet tijdig vergoedt (i) de in deze uitspraak vastgestelde kosten van € 29 (€ 20 + € 9) en (ii) het voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht van € 548, de wettelijke rente daarover gaat lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.