Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens de beslissing over de vergoeding van de kosten van het bezwaar en voor zover daarbij de verliesvaststellingsbeschikking voor het jaar 2016 van nihil is gehandhaafd;
- vernietigt de aanslag en de daarbij behorende beschikking belastingrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.674;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 te vergoeden aan belanghebbende.”
2.Feiten
[bedrijf 1]
[bedrijf 1]
[bedrijf 1]
[bedrijf 1]
[Y U.A.]”) met dagtekening 30 november 2019.
vereffenaar”) of [Y U.A.] , a liquidated cooperation established under the laws of the Netherlands, herewith duly represented by its directors, hereinafter referred to as:
bekrachtigt”) that:
op naam van”) [Y U.A.] against the 2016 corporate income tax assessment issued to [Y U.A.] and to undertake anything further required in the context of that objection.
3.Geschil in het principaal en het incidenteel hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Ontvankelijkheid beroep
Vanaf het moment van deze alternatieve wijze van bekendmaken van de belastingaanslag treden de rechtsgevolgen in en beginnen onder meer de termijnen, zoals de bezwaartermijn en de betalingstermijn van de belastingaanslag, te lopen. In het verleden is discussie ontstaan of rechtsgeldig een bezwaar kon worden ingediend tegen de belastingaanslag die aan een niet langer bestaande rechtspersoon was opgelegd. De Hoge Raad heeft hierover geoordeeld dat het bezwaar door of namens de voormalige vereffenaar of degene wiens belang rechtstreeks bij de vereffening is betrokken ontvankelijk is, indien het bezwaarschrift op naam van de betreffende rechtspersoon is ingediend [HR 19 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK8288
]. Met het voorgestelde onderdeel d van artikel 26a, eerste lid, AWR wordt dit arrest van de Hoge Raad deels gecodificeerd en uitgebreid qua personen die een bezwaarschrift kunnen indienen tegen de belastingaanslag van de (vermoedelijk) niet langer bestaande rechtspersoon. Er wordt aangesloten bij de partijen die ook worden genoemd in het voorgestelde derde lid van artikel 8 IW Pro 1990, namelijk de laatste bestuurder, aandeelhouder of vereffenaar van de rechtspersoon. Deze wijziging van de AWR zorgt voor een duidelijk en sluitend systeem en biedt belanghebbenden hiermee meer rechtszekerheid en rechtsbescherming.”
Als de belastingschuldige geen natuurlijke persoon is en niet langer bestaat, is bekendmaking door de Belastingdienst niet mogelijk. (…)
Vanaf het moment van deze alternatieve wijze van bekendmaken van de belastingaanslag treden de rechtsgevolgen in en beginnen onder meer de termijnen, zoals de bezwaartermijn en de betalingstermijn van de belastingaanslag, te lopen.”
Ingeval de fiscale rechter oordeelt dat de belastingaanslag niet rechtsgeldig bekend is gemaakt, dient de belastingaanslag te worden vernietigd als de termijn voor het opleggen van een belastingaanslag is verstreken of alsnog bekendgemaakt te worden.Bepaalde gevolgen, waaronder het ingaan van de betalingstermijn en de bezwaartermijn, zijn niet ingetreden als de belastingaanslag niet rechtsgeldig bekend is gemaakt. Verder dient een eventuele beschikking aansprakelijkstelling met betrekking tot die onbetaald gebleven belastingaanslag te worden vernietigd en kan de Belastingdienst in bepaalde gevallen schadeplichtig zijn.
5.Beoordeling van het geschil
Namens de in hoofde genoemde cliënt” [Y U.A.] , tevens in het bezwaarschrift aangeduid als ‘belanghebbende’. In het bezwaarschrift is niet te lezen dat het (mede) zou zijn ingesteld door of namens de voormalige vereffenaar. [bedrijf 1] /degenen die het bezwaarschrift hebben ingediend zijn voorts niet zelf opgetreden als (voormalig) vereffenaar.
and upon your request file objections on behalf of [X] to tax assessments”, is daartoe een apart verzoek vereist van – in dit geval – de voormalig vereffenaar; een dergelijk verzoek ontbreekt. Bovendien voorziet deze ‘engagement letter’ niet zonder meer in de mogelijkheid tot het instellen van bezwaar voor een in de bijlage bij de ‘engagement letter’ opgesomde vennootschap indien deze vennootschap niet langer bestaat.
uit het feitelijk handelen van partijen” kan worden afgeleid dat bevoegdelijk bezwaar is gemaakt, acht het Hof, gegeven de weerspreking door de inspecteur en het ontbreken van een onderbouwing, niet aannemelijk gemaakt. Voor zover het standpunt van belanghebbende tevens inhoudt dat de inspecteur in de beroepsfase niet mag terugkomen op een aanvankelijk ontvankelijk geacht bezwaarschrift, berust het op een onjuiste rechtsopvatting.
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens voor zover het de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht betreft;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk;
- verstaat dat de inspecteur de aanslag vpb 2016 en de beschikking belastingrente overeenkomstig de vernietigde uitspraak op bezwaar vermindert.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.