Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur)
Staat der Nederlanden(Minister voor Rechtsbescherming; hierna: de Staat)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, varend personeel aan boord van een Rijnvarend schip, betwistte de premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen over de periode 1 augustus tot 31 december 2011. Hij stelde dat het Luxemburgse sociale zekerheidsrecht van toepassing was en dat de Inspecteur niet bevoegd was de Nederlandse premieplicht vast te stellen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende als ingezetene in Nederland in principe verzekerd was voor de volksverzekeringen en dat de Rijnvarendenovereenkomst van toepassing was, waarbij de Nederlandse wetgeving geldt omdat de zetel van de onderneming in Nederland is gevestigd. De Inspecteur handelde bevoegd bij het opleggen van de aanslag en hoefde de procedure van artikel 16 van Pro de Toepassingsverordening niet te volgen.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalde, evenals zijn verzoek om toepassing van Luxemburgse wetgeving. Het Hof stelde vast dat de redelijke termijn in eerste aanleg was overschreden en kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €500 toe, waarvan Inspecteur en Staat elk een deel dragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden verdeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende is premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen over 2011.