Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[Geïntimeerde 1] ,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
€ 500,00
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de huurovereenkomst van een recreatiewoning centraal, waarbij de verhuurder dringend eigen gebruik claimt vanwege de staat van het gehuurde en een vermeende structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten.
Het hof heeft een deskundige gehoord die stelde dat het gehuurde zonder volledige sloop weer bewoonbaar kan worden gemaakt door noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Deze werkzaamheden leiden niet tot een nieuw bouwwerk en permanente bewoning blijft mogelijk. De verhuurder kon geen nieuwe deskundige benoeming afdwingen.
De exploitatiekosten zijn door het hof begroot en vergeleken met de huurprijs na herstel van achterstallig onderhoud. Hoewel sprake is van een onrendabele situatie, is er geen structurele wanverhouding. De verhuurder kan de huurovereenkomst dus niet beëindigen op grond van dringend eigen gebruik.
Verder is geoordeeld dat de verhuurder verantwoordelijk is voor de onderhoudskosten, omdat geen schriftelijke overeenkomst bestaat die dit anders regelt. De verhuurder wordt veroordeeld om binnen twee maanden de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden te laten uitvoeren, met een dwangsom van €100 per dag bij niet-naleving. De vorderingen tot beëindiging van de huurovereenkomst worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot beëindiging van de huurovereenkomst worden afgewezen en verhuurder wordt veroordeeld tot het uitvoeren van noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden binnen twee maanden met dwangsom.