Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016, waarbij de Inspecteur de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) niet toepaste. De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat belanghebbende recht had op de iack, omdat uit een gedetailleerd overzicht bleek dat de kinderen gedurende 162 dagen bij hem verbleven, wat neerkomt op een duurzame en gelijkmatige zorgverdeling.
De Inspecteur stelde in hoger beroep dat het ouderschapsplan en het eerste overzicht onvoldoende bewijs boden en dat de Rechtbank het 'doorgaans'-criterium verkeerd had toegepast. Belanghebbende overhandigde een tweede, door de ex-partner mede ondertekend, overzicht met een nauwkeurige dagtelling van de zorgdagen.
Het Hof oordeelde dat het tweede overzicht en de uitwerking daarvan betrouwbaar zijn en dat de zorg voor de kinderen in 2016 gedurende minimaal 27 weken (meer dan zes maanden) gelijkelijk verdeeld was, waarbij de kinderen doorgaans minimaal drie hele dagen per week bij belanghebbende verbleven. Hiermee voldoet belanghebbende aan de wettelijke voorwaarden voor de iack. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.