Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
beschikking van 20 april 2026
Intence Security B.V. (Intence),
[de werkneemster] ( [de werkneemster] ),
Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het beroepschrift, op de griffie binnengekomen op 31 december 2025
- het verweerschrift
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 27 maart 2026 is gehouden.
Het oordeel van het hof
Wat is er gebeurd?
Geen vernietiging arbeidsovereenkomst
[de werkneemster] betwist dat sprake is van bedrog.
geen dwaling
[de werkneemster] betwist dat er sprake is van dwaling.
[de werkneemster] heeft erop gewezen dat Intence wel degelijk wist van de psychische problemen, gelet op de terugkoppelingen van de bedrijfsarts. Zij heeft vier maanden zonder inkomen gezeten, waarbij zij vanwege haar arbeidsongeschiktheid niet ergens anders kon werken, zodat zij schulden heeft moeten maken. Ook speelt het betaalgedrag van Intence mee nadat Intence veroordeeld was tot nabetaling van loon aan [de werkneemster] : het heeft heel lang geduurd en veel moeite gekost om betaling daarvan te krijgen.
[de werkneemster] heeft gewezen op het onterechte (en onbegrijpelijke) ontslag op staande voet, de herhaalde weigering van de ziekmelding, de dreiging met een loonsanctie, de weigering haar eerder naar huis te laten gaan en het volharden in de stelling dat [de werkneemster] onder geen beding terug kon. Daarmee heeft Intence in ernstige mate bijgedragen aan de escalatie van de situatie en de duurzame en ernstige verstoring van de arbeidsverhouding. Een billijke vergoeding is dus op zijn plaats volgens [de werkneemster] .
(re-integratie-)verplichtingen niet nakomt. Het ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van Intence zit naar het oordeel van het hof in een aantal omstandigheden. Allereerst was Intence er wel degelijk van op de hoogte dat de arbeidsongeschiktheid [de werkneemster] werd veroorzaakt door psychische problemen. De terugkoppelingen van de bedrijfsarts kunnen redelijkerwijs niet anders worden begrepen. 12 juni 2025 was ook de eerste dag waarop [de werkneemster] de re-integratie-uren verder zou opbouwen, waarvan Intence zich bewust had moeten zijn: [de leidinggevende] heeft immers zelf het opbouwschema op papier gezet. Op het moment dat [de werkneemster] zich ziek probeerde te melden past het dan niet om de ziekmelding (herhaaldelijk) te weigeren maar had Intence [de werkneemster] moeten doorsturen naar de bedrijfsarts ter toetsing van haar actuele belastbaarheid. Dat had Intence in elk geval moeten doen na ontvangst op 12 juni 2025 van de e-mail van [de werkneemster] waarin zij expliciet klaagde over het niet aankunnen van de urenopbouw en waarin zij verzocht om een second opinion van een andere bedrijfsarts. Pas na het oordeel van de bedrijfsarts had Intence eventueel een loonstop kunnen opleggen. Verder is de stelling van Intence in hoger beroep dat [de werkneemster] de discussie over de inhoud van haar vervangend werk probeerde te ontvluchten met een ziekmelding, onjuist. Uit de ontslag op staande voet-brief in combinatie met de klachtbrief van [de leidinggevende] (productie 4 verweerschrift eerste aanleg) is op te maken dat de escalatie van het gesprek op 12 juni 2025 juist ontstond door de (eerste) weigering van de ziekmelding. Hoe dan ook, tegen de achtergrond van de bekende psychische problemen was de stap naar het geven van een ontslag op staande voet onterecht. Dat wil overigens niet zeggen dat [de werkneemster] maar alles moest kunnen zeggen over [de leidinggevende] en Intence, want dat is niet zo. De kantonrechter heeft haar gedrag namelijk grensoverschrijdend genoemd en dat is verder niet bestreden. Tegelijkertijd speelt mee dat haar uitlatingen en gedragingen gelet op de psychische klachten niet (volledig) aan [de werkneemster] toe te rekenen zijn.
[de werkneemster] betwist de standpunten van Intence.
€ 2.600,14 bruto per maand. Daarnaast zou op grond van de algemeenverbindendverklaarde cao recht hebben bestaan op een loonindexatie per periode 1 in 2026 (ten minste 2,5%), een verhoging met een periodiek in maart 2026 en een eindejaarsuitkering over 2026.
conclusie