Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN
beschikking van 15 juni 2026
Stichting IrisZorg (IrisZorg),
[verweerster] ( [de werkneemster] ),
Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met bijlagen (producties), op de griffie binnengekomen op 27 november 2025
- het verweerschrift met producties
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 15 april 2026 is gehouden.
Het oordeel van het hof
Wat is er gebeurd?
nu nog niet’ wilde zeggen bij welke werkgever.
Dat heb ik gekregen’en
‘Sinds ik bij IrisZorg mocht reïntegreren ben ik daar gestopt’.
solliciteren naar een zorg functie voor 8 uur naast mijn huidige’ [3] en het uitblijven van enige reactie toentertijd op het verslag van het gesprek van 9 oktober 2024.
conclusie
te weten voor zover de arbeidsovereenkomst in hoger beroep wordt hersteld’. De werknemer heeft in dat zelfstandig verzoek een tegenverzoek ingediend gericht op toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter heeft in die zaak het vernietigingsverzoek en het voorwaardelijk ontbindingsverzoek met tegenverzoek gesplitst. In het vernietigingsverzoek is een bewijsopdracht gegeven, in het voorwaardelijk ontbindingsverzoek met tegenverzoek zijn prejudiciële vragen gesteld. Voor zover hier relevant heeft de kantonrechter aan de HR gevraagd of een werkgever in zijn verzoek tot voorwaardelijke ontbinding kan worden ontvangen indien de werknemer een verzoek tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet heeft ingediend en op dat verzoek nog niet is beslist (bijvoorbeeld omdat een bewijsopdracht is gegeven), en of bij de beantwoording van die vraag onderscheid gemaakt dient te worden naar gelang de formulering van de voorwaarde, te weten: (a) de voorwaarde ‘dat de arbeidsovereenkomst in hoger beroep wordt hersteld’ en (b) de voorwaarde ‘indien en voor zover het verzoek van de werknemer tot vernietiging van de opzegging (het gegeven ontslag op staande voet) wordt afgewezen’?
- Dient [de werkneemster] wel zo’n verzoek in en zal uit een onherroepelijke beslissing op dat verzoek blijken, hetzij dat het tweede ontslag op staande voet wordt vernietigd, hetzij (in een nieuw hoger beroep) dat de kantonrechter ten onrechte het ontslag op staande voet niet heeft vernietigd, dan bestaat de arbeidsovereenkomst nog. In dat geval zal de arbeidsovereenkomst eindigen op de datum van deze beschikking.
- Als [de werkneemster] tijdig een vernietigingsverzoek indient en uit een onherroepelijke beslissing blijkt dat het tweede ontslag op staande voet niet wordt vernietigd, bestaat de arbeidsovereenkomst niet meer op de datum van deze beschikking en eindigt de arbeidsovereenkomst per 9 april 2026.
- Blijkt bij onherroepelijke beslissing (bij een nieuw hoger beroep) dat het tweede ontslag op staande voet ten onrechte door de kantonrechter is vernietigd, dan bestaat de arbeidsovereenkomst nog en eindigt de arbeidsovereenkomst op de datum van deze beschikking.
Te verklaren voor recht dat IrisZorg over de periode gelegen tussen 31 januari 2025 en de door uw Gerechtshof vast te stellen datum waarop de tussen IrisZorg en [de werkneemster] bestaande arbeidsovereenkomst zal eindigen en aan [de werkneemster] geen loon is verschuldigd;’