Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 14 oktober 2016
[verzoekster],
Stichting MEE Zuid-Holland Noord ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
In de voorliggende zaak zijn de volgende feiten van belang:
“(…)
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een werknemer die na twee jaar arbeidsongeschiktheid door haar werkgever, Stichting MEE Zuid-Holland Noord, in dienst werd gehouden zonder dat haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden. De werknemer vorderde ontbinding van de arbeidsovereenkomst met betaling van een transitievergoeding, stellende dat de werkgever de overeenkomst bewust slapend hield om deze vergoeding te ontlopen.
De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de werknemer in hoger beroep ging. Het hof overwoog dat een werkgever niet verplicht is een arbeidsovereenkomst te beëindigen na twee jaar arbeidsongeschiktheid en dat het slapend houden van de overeenkomst niet onrechtmatig is. Er is geen sprake van wanprestatie of misbruik van bevoegdheid door de werkgever.
Ook het beroep op schending van goed werkgeverschap en ongelijke behandeling wegens leeftijd of ziekte werd verworpen. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en stelde het einde van de arbeidsovereenkomst vast op 1 november 2016, waarbij de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot transitievergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het slapend houden van de arbeidsovereenkomst geen wanprestatie is en wijst de vordering tot transitievergoeding af.