Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 november 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 augustus 2022, met daarin de grieven tegen dat vonnis;
- de memorie van antwoord van de Staat.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Verjaring? Wanneer is de verjaringstermijn aangevangen?
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 augustus 2022;
- veroordeelt [appellant] in de kosten in hoger beroep, aan de kant van de Staat tot op heden begroot op € 5.689,- aan griffierecht en € 12.948,- aan salaris advocaat, en bepaalt dat over deze kosten wettelijke rente verschuldigd is met ingang van veertien dagen na de datum van deze uitspraak;
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.