ECLI:NL:GHDHA:2025:1056
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- A.P. Bliek-Monsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling woning en geen schending toezendplicht door heffingsambtenaar
Belanghebbende is eigenaar van een parterreportiekwoning uit 1950 met een gebruiksoppervlakte van ongeveer 62 m2 en een tuin van circa 102 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €229.000 voor het kalenderjaar 2022. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat niet alle relevante stukken, zoals iWOZ-kaarten en bouwtekeningen van vergelijkingsobjecten, waren overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede op basis van een taxatierapport met een matrix van vergelijkingsobjecten. De rechtbank vond de vergelijkingsobjecten passend en oordeelde dat de heffingsambtenaar niet verplicht was om cijfermatige correcties of de waarde van deelobjecten inzichtelijk te maken. Ook werd geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet in verzuim was ten aanzien van de toezendplicht van stukken.
In hoger beroep heeft belanghebbende geen nieuwe feiten of argumenten ingebracht die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen wijzigen. Het hof bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij de WOZ-waarde van €229.000 gehandhaafd blijft.