Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
[appellante 3],
[appellant 4],
[appellant 5],
[appellant 6],
[appellant 7],
[appellant 8] ,
[appellant 9],
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 6 maart 2023, waarmee [appellant 1] c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 9 december 2022;
- de memorie van grieven met wijziging van eis van [appellant 1] c.s., met bijlagen;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel van Aon, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel;
- de akte van 10 september 2024 met bijlagen 3 tot en met 12 en de akte van 20 september 2024 met bijlagen 13 en 14 van de zijde van Aon die ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling zijn overgelegd;
- de akte van 6 september 2024 met bijlagen 32 tot en met 36 van de zijde van [appellant 1] c.s., die eveneens ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling is overgelegd.
- aan de zijde van [appellant 1] c.s.: [appellant 4] , [appellant 9] , [appellant 2] , [appellant 8] , [appellant 5] en [adviseur] (extern adviseur), bijgestaan door mr. R.A. Moonen;
- aan de zijde van Aon: [directeur HR 1] (directeur HR), [directeur HR 2] (inkomend directeur HR), [actuaris 1] (actuaris AG), [bedrijfsjurist] (bedrijfsjurist), [manager] (manager arbeidsvoorwaardenbeleid,) en [actuaris 2] (extern actuaris AG; adviseur van de Aon ondernemingsraad), bijgestaan door mr. J.W. de Bruin.
De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
Werknemer wordt opgenomen in de collectieve pensioenregeling van werkgever bij Stichting Pensioenfonds Unirobe Meeùs Groep. Op de pensioenregeling is een eigen bijdrage van toepassing.(…)
dat van de oorspronkelijk afgesproken verdeling van de kosten (2/3e werkgever - 1/3e werknemer) weinig meer over is en dat in de praktijk de kostenverdeling 3/4e werkgever en 1/4e werknemer is. Hierdoor ontstaat voor de werkgever de noodzaak om te komen tot een maximering van de werkgeverslasten. In de afgelopen 1,5 jaar zijn er eveneens vele en intensieve gesprekken met Aegon gevoerd. (…) Zoals eerder al in de inleiding is vermeld, leidde dit overleg uiteindelijk tot uitstel van de invoering van de afgesproken CDC regeling.
. Het bedrag wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de ontwikkeling van de wettelijke AOW-bedragen en logisch afgerond op hele euro's;
De Aon DC2014 regeling kent geen eigen bijdrage,
In de Aon DC2014 regeling wordt de 13e maand (indien van toepassing) meegenomen in het berekenen van de beschikbare premie;
Over een mogelijke Compensatietoeslag variabele beloning wordt geen beschikbare premie berekend;
Eventuele eerder toegekende compensatietoeslagen verbonden met pensioen worden ongewijzigd uitgekeerd en zijn niet in de vergelijking betrokken;
De tot 1 januari 2021 opgebouwde pensioenen blijven buiten beschouwing
4.Procedure bij de rechtbank
voorwaardelijk– voor het geval een of meer van de vorderingen met betrekking tot nakoming van de pensioenregeling en/of het recht op compensatie wordt afgewezen – dat
- UMG geen aanbod tot een pensioenovereenkomst voor bepaalde tijd heeft gedaan dat door [appellant 1] c.s. is aanvaard;
- [appellant 1] c.s. hun instemmingsbevoegdheid niet hebben afgestaan aan de ondernemingsraad;
- partijen in art. 21 van Pro de arbeidsovereenkomst wel een eenzijdig wijzigingsbeding m.b.t. de arbeidsvoorwaarden zijn overeengekomen;
- UMG in 2015-2016 de middelloonregeling al niet meer kon betalen en daarom wilde overstappen naar een andere regeling;
- de CDC-regeling uiteindelijk niet is doorgegaan, vanwege de boekhoudkundige consequenties van de overstap en in plaats daarvan is overeengekomen de oude middelloonregeling vier jaar voort te zetten, waarbij Aegon de extra kosten op zich zou nemen;
- Aon de wens heeft voor al haar werknemers één pensioenregeling te hanteren, terwijl Aon Plc wenst dat alle pensioenregelingen op beschikbare premie zijn gebaseerd;
- voor Aon dus zowel een financieel als organisatorisch zwaarwegend belang bestond bij het wijzigen van de pensioenregeling, terwijl Aon met de Aon-ondernemingsraad een compensatieregeling is overeengekomen voor de werknemers die door de door Aon gewenste wijziging van de pensioenregeling zouden worden geraakt en de Aon-ondernemingsraad vervolgens met de wijziging heeft ingestemd;
- de Aon-ondernemingsraad zich heeft laten bijstaan door een actuaris, die de vergelijkingsberekeningen heeft nagerekend en akkoord bevonden;
- het belang van werknemers eruit bestaat dat zij hun pensioenvoorziening behouden, hetgeen ook gebeurt na de wijziging. Voor het geval er een benadeling is door de wijziging van het middelloon naar de beschikbare premie, is Aon met de Aon-ondernemingsraad een compensatieregeling overeengekomen;
- [appellant 1] c.s. onvoldoende hebben onderbouwd dat Aon bij de vergelijkingsberekeningen van onjuiste parameters is uitgegaan;
- daarom kan worden gesproken van een dermate zwaarwegend belang van Aon dat het belang van [appellant 1] c.s. daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
5.Vorderingen in hoger beroep
I gedeeltelijke vernietiging van het vonnis,
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
primair: nakoming van de pensioenovereenkomst op straffe van een dwangsom door middel van het aangaan van een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met een pensioenuitvoerder conform de pensioenovereenkomst zoals deze gold bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, met de aanpassingen naar aanleiding van wijzigingen in de fiscale wetgeving nadien, dan wel een uitvoeringsovereenkomst die gelijk is aan of ten minste gelijke rechten en waarborgen biedt als de uitvoeringsovereenkomst zoals deze gold bij aanvang van het dienstverband, met de aanpassingen naar aanleiding van de wijzigingen in de fiscale wetgeving nadien, op straffe van een dwangsom; en
subsidiair: het (periodiek) betalen van een zodanig geldbedrag aan een pensioenuitvoerder als nodig is ter compensatie van het (op basis van de berekeningsmethodiek van productie 24 berekende) financiële nadeel dat [appellant 1] c.s. ondervinden als gevolg van de gewijzigde pensioenregeling, op straffe van een dwangsom;
meer subsidiair:betaling aan [appellant 1] c.s. van een financiële compensatie voor het (op basis van de berekeningsmethodiek van productie 24 berekende) nadeel dat zij ondervinden van de gewijzigde pensioenregeling;
.
6.Beoordeling in hoger beroep
Omvang hoger beroep
“De huidige pensioenregeling en alle afspraken daarover, dus ook die tussen jou en UMG lopen af op 1 januari 2021”.Duidelijker kan haast niet. Tegen de achtergrond van deze afspraken golden er na 1 januari 2021 tussen Aon en [appellant 1] c.s. simpelweg geen afspraken meer over de inhoud van de pensioenregeling, aldus steeds Aon.
"Voor de periode daarna zullen te zijner tijd nieuwe afspraken moeten worden gemaakt tussen werkgever en ondernemingsraad. Het is niet te voorspellen hoe een oudedagsvoorziening er dan uit ziet. Dit is ook afhankelijk van hoe het pensioenstelsel er in de toekomst in Nederland uit gaat zien.".In het instemmingsverzoek aan de OR is vermeld “
De pensioenovereenkomst 2017 - 2020 loopt tot en met 31 december 2020. Zo zal dit ook in de pensioenovereenkomst worden vastgelegd en aan de medewerkers worden gecommuniceerd. Of, en zo ja op welke wijze voor de periode na 31 december 2020 in een oudedagsvoorziening zal worden voorzien zal tegen die tijd onderwerp zijn van gesprek in het overleg tussen werkgevers en ondernemingsraden. De ontwikkelingen op dit moment zijn zo dynamisch en niet te voorspellen dat het geen zin heeft daar nu al op vooruit te lopen.En de OR heeft dat bevestigt met de opmerking
“Deze instemming gaat er met name vanuit dat (…) er in 2020 overleg zal plaatsvinden tussen werkgevers en ondernemingsraden over op welke wijze voor de periode na 31 december 2020 in de oudedagsvoorziening zal worden voorzien.”
dat het jaarlijks boven de 18.7% uitstijgende deel (hof: van de werkgeversbijdrage
) wordt betaald door Aegon (2/3-deel) en het pensioenfonds (1/3 deel)”ook na de overname is blijven gelden, maar eindigde met het beëindigen van de verzekering van Aegon. Aon heeft de afspraken tussen UMG, Aegon en het pensioenfonds UMG ter uitvoering van die toezegging echter niet in het geding gebracht en ook geen inzicht gegeven in de werkelijke premiebetalingen aan Aegon voor en na de overname, zodat noch voor [appellant 1] c.s., noch het hof, duidelijk is wat de omvang is geweest van de werkelijke kosten voor de pensioenopbouw als percentage van de som van de pensioengrondslagen. Uit de overgelegde stukken bij het instemmingsverzoek aan de Aon-ondernemingsraad blijkt ook niet dat die stukken met de Aon-ondernemingsraad zijn gedeeld. Omdat in de ter gelegenheid van het pleidooi overgelegde onderbouwingen van het instemmingsverzoek alleen sprake is van berekeningen voor de jaren 2021 tot en met 2023 en een objectief controleerbare offerte van een pensioenverzekeraar voor de uitvoering van de Aegon-pensioenregeling na 2020 ontbreekt, is ook niet duidelijk wat dan het directe gevolg was van het beëindigen van de uitvoeringsovereenkomst met Aegon (en de subsidies hiervoor genoemd).
“Vanaf 1 januari 2021 komen 50% van de garantiekosten uit hoofde van de tot 31 december 2016 opgebouwde rechten en 100% van de nieuw op te bouwen rechten binnen de beoogde regeling, voor rekening van de werkgevers. Het is niet de intentie om met de inzichten van vandaag deze extra kosten oorzaak te laten zijn dat het werkgeverspensioenbudget van 18,7% van de pensioengrondslag zal worden verlaagd of het nemen van andere personele maatregelen ter compensatie van louter en alleen deze extra kosten.”Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, neemt het hof aan dat de daar genoemde verplichtingen nog rusten op Aon. Ook in deze heeft Aon nagelaten om de uitvoeringsovereenkomst tussen UMG en Aegon over te leggen, waarin dergelijke afspraken zouden moeten zijn vastgelegd en wat er met die verplichtingen zou gebeuren voor en na 31 december 2020. Onduidelijk is of en in hoeverre de extra kosten voor die garanties zijn verwerkt in de kostenvergelijkingen die zijn voorgelegd aan de Aon-OR. De stelling van Aon dat ongewijzigde voortzetting van de middelloonregeling zou hebben geleid tot een excessieve stijging van de kosten, de facto zelfs tot een twee maal zo dure pensioenregeling, is daarmee ook onvoldoende onderbouwd.