Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 10 april 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Hof] de volgende stukken te verstrekken:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de vaststelling van de WOZ-waarde van een woning centraal. De belanghebbende, gebruiker van de woning, heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking en vervolgens beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde.
Het Hof heeft onderzocht of de belanghebbende als gebruiker een procesbelang heeft bij het aanvechten van de WOZ-waarde. Uit de feiten blijkt dat de belanghebbende geen financieel belang heeft bij een verlaging van de WOZ-waarde, omdat het geen niet-geliberaliseerde woonruimte betreft en er geen aanslagen zijn opgelegd waarbij de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf is gebruikt.
De belanghebbende kon dan ook niet aannemelijk maken dat hij door een wijziging van de WOZ-waarde in een gunstigere positie zou komen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het Hof geen bestuursorgaan is en zelfstandig moet toetsen of er sprake is van een procesbelang.
Daarom had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens ontbreken van een financieel belang van de gebruiker.