Resultaat overige werkzaamheden
In conceptrapport voorgenomen standpunt Belastingdienst
Op 12 december 2017 heeft de politie Noord-Holland op het adres (…) (het woonadres van belastingplichtige) een in werking zijnde hennepkwekerij (983 planten) aangetroffen en ontmanteld. Daarmee is een misdrijf, welke door de politie aan belastingplichtige wordt toegerekend, op heterdaad ontdekt.
De hennepkwekerij is in twee uitgegraven verborgen ruimtes in de kelder aangetroffen. Volgens de politie betrof het een zeer goed verstopte en vooral professioneel aangelegde kwekerij. Verder bleek er ook sprake te zijn van diefstal van water, stroom en gas.
Naar aanleiding van de aangetroffen en ontmantelde hennepkwekerij is door de politie een rapport "berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij"
opgesteld.
2.7.2.Bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam van (eveneens) 11 februari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:343 (het ontnemingsarrest) is in de ontnemingszaak over het wederrechtelijk verkregen voordeel door hennepteelt onder meer het volgende overwogen: “De betrokkene is bij arrest van heden onder meer veroordeeld voor hennepteelt in de periode van 29 september 2017 tot en met 12 december 2017. Op grond van artikel 36e lid 2 Sr, kan voordeel worden ontnomen dat is verkregen door middel van of uit de baten van dit feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan. In het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr)’ ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (hierna: het ontnemingsrapport)[1] zijn aanwijzingen opgenomen op grond waarvan het hof, mede gelet op de inhoud van het strafdossier, concludeert dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit eerdere oogsten van de aangetroffen hennepkwekerij. Zoals in het arrest in de strafzaak is overwogen volgt uit de bewijsmiddelen dat de hennepkwekerij vanaf 2 maart 2015 tot 12 december 2017 in bedrijf is geweest. Uit deze bewijsmiddelen, in het bijzonder het proces-verbaal ‘indicatoren eerdere oogsten’ volgt ook dat er eerder is geoogst, zodat is het hof van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de betrokkene met het opzettelijk telen van hennep in de periode van 2 maart 2015 tot en met 12 december 2017 wederrechtelijk verkregen voordeel heeft behaald.
Voor zover de verdediging heeft aangevoerd dat er ook verklaringen zijn afgelegd waaruit blijkt dat er in 2017 nog geen sprake was van kweekruimtes (in de kelder van) de woning, ondermeer gelet op de verklaring van [naam 1] en [naam 2], wordt dit weerlegd door andere verklaringen in het dossier en past dit ook bij de bevindingen van de politie. Zij relateren immers dat beide kweekruimtes waren verborgen achter dubbele wanden en dat de tweede kweekruimte pas door de zoekende verbalisanten kon worden gelokaliseerd na aanwijzingen van de verdachte[2]. Het is dan ook zeer wel mogelijk dat de kweekruimtes ook door [naam 1] en [naam 2] niet zijn gezien.
In het rapport is de ingangsdatum van de ontnemingsperiode vastgesteld op 1 januari 2015. Het hof zal, gelijk de advocaat-generaal, uitgaan van de start van de ontnemingsperiode vanaf 2 maart 2015. Deze startdatum staat ook vermeld in het opnameformulier Energiefraude. Het standpunt van de verdediging dat er geen eerdere oogsten zijn geweest, wordt weerlegd door de bevindingen van de verbalisanten zoals die eerder zijn weergegeven.
Het ontnemingsrapport gaat uit van 14 eerdere oogsten, in de periode van 1 januari 2015 tot en met 12 december 2017.
Hoeveelheid planten en opbrengst
Nu uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het precies behaalde voordeel niet is vast te stellen, wordt een verantwoorde schatting gemaakt van het wederrechtelijk behaalde voordeel.
De schatting van het op na te melden geldbedrag gewaardeerde voordeel wordt ontleend aan de inhoud van het proces-verbaal van aantreffen en het ontnemingsrapport.
Het hof gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de in het ontnemingsrapport gehanteerde berekening, waarbij is verwezen naar het zogenoemde BOOM-rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerijen onder kunstlicht’ van 1 juni 2016, en de hoeveelheid planten die in de kweekruimten zijn aangetroffen.
Bruto opbrengst
In de kweekruimten zijn 605 plantenpotten aangetroffen. De oppervlakte van de beplanting in de kweekruimten was 36 m2. Per m2 stonden er dan 17 hennepplanten. Daar hoort een opbrengst bij van minimaal 27,2 gram hennep per plant, zoals opgenomen in het BOOM-rapport.
De totale bruto opbrengst aan hennep bedraagt dan op grond van het BOOM-rapport:
605 planten x 27,2 gram = 16.456 gram = 16,456 kilogram hennep.
De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Het hof volgt daarom het BOOM-rapport op dit punt en gaat uit van een geldelijke opbrengst van € 4.070,00 per kilogram.
De totale bruto opbrengst bedraagt dan:
16,456 kilogram x € 4.070,00 = € 66.975,92.
Eerdere oogsten
Het uitgangspunt is een gemiddelde kweekcyclus van 10 weken per oogst. De ontnemingsperiode loopt van 2 maart 2015 tot 12 december 2017. Deze periode beslaat 145 weken (anders dan de 153 weken zoals vermeld in het ontnemingsrapport). Gelet hierop gaat het hof, gelijk de advocaat-generaal, uit van 13 eerdere oogsten, waarbij het hof er rekening mee houdt dat de op 12 december 2017 aangetroffen hennepplanten nog niet waren geoogst.
Kosten
Het hof acht aannemelijk dat de betrokkene ten behoeve van het verkrijgen van het wederrechtelijk verkregen voordeel kosten heeft gemaakt die voor aftrek in aanmerking komen.
De in mindering te brengen kosten zijn als volgt:
o afschrijvingskosten € 400,00
o hennepstekken (605 x € 3,81) € 2.305,05
o variabele kosten (605 x € 3,88) € 2.347,40
o
kosten knippers (605 x € 0,21) € 127,05
Totaal € 5.179,50
Bruto opbrengst
In de kweekruimten zijn 378 plantenpotten aangetroffen. De oppervlakte van de beplanting in de kweekruimten was 19,4 m2. Per m2 stonden er dan 20 hennepplanten. Daar hoort een opbrengt bij van minimaal 25,7 gram hennep per plant, zoals opgenomen in het BOOM-rapport.
De totale bruto opbrengst aan hennep bedraagt dan op grond van het BOOM-rapport:
378 planten x 25,7 gram = 9.714,6 gram = 9,7146 kilogram hennep.
De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Het hof volgt daarom het BOOM-rapport op dit punt en gaat uit van een geldelijke opbrengst van € 4.070,00 per kilogram.
De totale bruto opbrengst bedraagt dan:
9,7146 kilogram x € 4.070,00 = € 39.538,42.
Eerdere oogsten
Het hof gaat, gelijk hiervoor is overwogen bij kweekruimte 1, uit van 13 eerdere oogsten.
Kosten
Het hof acht aannemelijk dat de betrokkene ten behoeve van het verkrijgen van het wederrechtelijk verkregen voordeel kosten heeft gemaakt die voor aftrek in aanmerking komen.
De in mindering te brengen kosten zijn als volgt:
o afschrijvingskosten[3] € 300,00
o hennepstekken (378 x € 3,81) € 1.440,18
o variabele kosten (378 x € 3,88) € 1.466,64
o
kosten knippers (378 x € 0,21) € 79,38
Totaal € 3.286,20
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het hof berekent het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt:
De 1e kweekruimte
Bruto opbrengst 13 oogsten x € 66.975,92: € 870.686,96
Aftrek kosten 13 oogsten x € 5.179,50:
€ 67.333,50 -/-
Netto opbrengst € 803.353,46
De 2e kweekruimte
Bruto opbrengst 13 oogsten x € 39.538,42: € 513.999,46
Aftrek kosten 13 oogsten x € 3.286,20:
€ 42.720,60 -/-
Netto opbrengst € 471.278,86
Wederrechtelijk verkregen voordeel (€ 803.353,46 + € 471.278,86 =)
€ 1.274.632,26.
Wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene
Gelet op de professionaliteit van de hennepkwekerij en de grootte ervan is naar het oordeel van het hof aannemelijk geworden dat er tenminste één ander persoon bij de hennepkwekerij betrokken was, waar de betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep ook over heeft verklaard. Bij gebreke van aanwijzingen voor meer dan één andere persoon die bij de hennepkwekerij betrokken was, zal het hof daarvan uitgaan. Aan het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt echter geen indicatie te ontlenen voor de verdeling van de opbrengst. De betrokkene heeft geen inzicht gegeven in de (onderlinge) verdeling van het behaalde voordeel en ook overigens zijn er geen concrete aanknopingspunten voorhanden voor een afwijkende verdeelsleutel tussen de betrokkene en die andere persoon dan op basis van gelijke verdeling. Dit zou slechts anders zijn indien de veroordeelde aannemelijk zou hebben gemaakt dat feitelijk van een andere verdeling moet worden uitgegaan. Het hof zal daarom het totale wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen.
Met deze omstandigheid houdt het hof rekening in dier voege, dat de overwogen maatregel met 50% zal worden gematigd tot een bedrag van
€ 637.316,13.
[1] Proces-verbaal van berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e lid 2 Sr van 27 maart 2018, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], met bijlagen.
[2] Proces-verbaal van relaas met nummer […] , van 19 januari 2019, opgemaakt op ambtsbelofte door de verbalisant [verbalisant 1].
[3] Conclusie advocaat-generaal van 13 september 2024”
3. In het verwijzingsarrest heeft de Hoge Raad, voor zover thans van belang, overwogen:
“4 Beoordeling van de middelen