ECLI:NL:GHSGR:2011:BV6997
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th. Groeneveld
- J.W. baron van Knobelsdorff
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over giftenaftrek periodieke lijfrentetermijnen na overlijden schenker
Belanghebbende maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting giftenaftrek geltend voor periodieke lijfrentetermijnen die door zijn grootmoeder aan een ANBI waren geschonken. Na het overlijden van de schenker gingen de verplichtingen tot uitkering over op de erfgenamen. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op en corrigeerde de giftenaftrek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Inspecteur niet gehouden was tot nader onderzoek en dat geen sprake was van een gift in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het hof oordeelde anders: de verplichting tot periodieke uitkeringen ging onder algemene titel over op de erfgenamen, die de giftenaftrek kunnen toepassen in het jaar van voldoening.
Verder bepaalde het hof dat de aftrek moet worden berekend op basis van de waarde van de certificaten op het moment van betaling (kasstelsel), en niet op de waarde bij het aangaan van de schenking. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalden. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, verminderde de navorderingsaanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere uitspraken, vermindert de navorderingsaanslag en bevestigt dat erfgenamen de giftenaftrek voor periodieke lijfrentetermijnen kunnen toepassen op basis van de waarde bij betaling.