Uitspraak
5.Het geding in hoger beroep verder
- de tussenbeschikking van 15 augustus 2019;
- het faxbericht van [appellante] van 30 augustus 2019;
- de schriftelijke reactie van [verweerder] van 9 september 2019.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de vraag centraal of sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding tussen [appellante], een technische detacheerder, en [verweerder], een senior consultant in dienst van [appellante]. De kantonrechter had het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen, omdat niet was aangetoond dat de arbeidsverhouding dusdanig verstoord was dat voortzetting niet meer van de werkgever kon worden verlangd.
[Appellante] voerde in hoger beroep aan dat de arbeidsverhouding sinds 2015 ernstig verstoord is, met diverse incidenten en een negatieve werkhouding van [verweerder]. [Verweerder] betwistte dit en stelde dat [appellante] onvoldoende had gedaan om de relatie te herstellen. Het hof heeft de feiten en omstandigheden, waaronder de langdurige ziekteperiodes, communicatieproblemen, en pogingen tot mediation, zorgvuldig gewogen.
Het hof concludeert dat hoewel de arbeidsverhouding verstoord is, [appellante] onvoldoende heeft gedaan om herstel te bevorderen, zoals het inschakelen van een mediator of coach. Ook na de kantonrechterlijke uitspraak bleef de situatie gespannen, maar herstel bleef mogelijk. Daarom is niet voldaan aan de ontslaggrond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep. Hiermee blijft de arbeidsovereenkomst van kracht en wordt het ontbindingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het ontbindingsverzoek wegens onvoldoende bewijs van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.