Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces- verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 17 februari 2022;
- twee brieven van [appellant] met twee producties, ingekomen ter griffie op 26 april 2022 en 6 mei 2022;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 9 mei 2022;
- de op 19 mei 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:
€ 99.000,--, zulks onder aanhouding van deze zaak totdat een medische eindtoestand is bereikt, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie vermeent te behoren.
Rommelige organisatie
Hoge werkdruk
[appellant] moest immers ter plekke, op het kantoor, daar binnenkomende vragen van collega’s kunnen beantwoorden.
Nu [appellant] dit - in geval van afwezigheid of te laat komen - te vaak niet doorgaf, lag het in de rede dat [betrokkene 1] dat navroeg bij [appellant] naaste collega’s, die wel op kantoor waren. Van spionage was dan ook geen sprake. [verweerster] verwijst naar de waarschuwingsbrief waarin [betrokkene 1] in duidelijke bewoordingen aan [appellant] te kennen geeft hoe hij hierover dacht en hoe hij tegen het inhoudelijke werk van [appellant] aankeek. Het hof acht van belang dat [appellant] deze brief voor akkoord heeft ondertekend. Hiermee heeft hij aan [verweerster] aangegeven dat hij zich in de kritiek kon vinden.
De arbeidsomstandigheden op locatie