3.1.Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
Heeft de rechtbank mogen beslissen om de behandeling van de zaken ter zitting van 12 juli 2024, in afwezigheid van belanghebbende, te laten plaatsvinden en, zo nee, zijn de daarmee samenhangende uitspraken daardoor ongeldig?
Heeft de rechtbank voldoende gelegenheid geboden aan belanghebbende om het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen en, zo nee, dient het hof die tekortkoming te herstellen?
Heeft belanghebbende een (proces)belang bij haar stelling dat zij (alsnog) per 1 januari 2007 moet worden afgevoerd voor de loonbelasting?
Heeft de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?
Heeft belanghebbende recht op een schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Belastingdienst bij het opleggen van alle naheffingsaanslagen loonheffingen in de jaren 2020 en 2021?
Heeft de rechtbank ten onrechte niet (ambtshalve) een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep toegekend, onder vergoeding van het griffierecht en te vermeerderen met rente en kosten?
Heeft de rechtbank ten onrechte nagelaten om (ambtshalve) vast te stellen het aan belanghebbende toekomende recht op betaling van de dwangsommen wegens het niet (tijdig) doen van uitspraken op bezwaar en de inspecteur/ontvanger te veroordelen tot betaling daarvan en, zo ja, dient het hof dat in hoger beroep (alsnog) te doen, onder vergoeding van het griffierecht en te vermeerderen met rente en kosten?
Heeft belanghebbende recht op toekenning van een proceskostenvergoeding wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand en voor overige kosten (verletkosten, reiskosten, afdruk- en kopieerkosten en andere kantoorkosten), te vermeerderen met de wettelijke rente voor de procedure bij de rechtbank?