Belanghebbende B.V. stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake naheffingsaanslagen loonheffingen over oktober en november 2020, boetebeschikkingen, aanmaningskosten en vervolgingskosten. De rechtbank had de beroepen gegrond verklaard en diverse aanslagen en boetes verminderd naar nihil, maar het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
In hoger beroep werd onder meer betwist dat de rechtbank de zaken in afwezigheid van belanghebbende mocht behandelen, dat het beroep op betalingsonmacht correct was beoordeeld, en werd schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmatig handelen van de Belastingdienst. Het hof oordeelde dat de rechtbank het juiste beoordelingskader had toegepast en dat belanghebbende onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van betalingsonmacht of schade.
Het hof wees het uitstelverzoek en het wrakingsverzoek af, bevestigde dat het hoger beroep ontvankelijk was vanwege het gestelde schadebelang, maar concludeerde dat het beroep ongegrond was. Er werd geen schadevergoeding toegekend, het griffierecht niet vergoed en geen proceskosten toegewezen. Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.