ECLI:NL:HR:2003:AH1017
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winst uit verkoop paard als arbeidsinkomen
Belanghebbende, voor 50% aandeelhouder van een B.V. met een trainingsstal voor dressuurpaarden, verkocht in 1995 een paard dat zij in privé had gekocht en zelf had getraind met winst aan de B.V. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op over de winst, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de winst uit de verkoop tot de arbeidsinkomsten behoort, omdat belanghebbende redelijkerwijs een voordeel kon verwachten en dit mede beoogde.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het voordeel niet geheel aan haar arbeid kon worden toegerekend, omdat de natuurlijke aanleg van het paard (Rittigkeit) doorslaggevend was en het resultaat speculatief zou zijn. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de winst opbrengst is van de verrichte werkzaamheden, tenzij sprake is van voorzienbaar verlies, speculatie of dat het voordeel niet uit de arbeid voortkomt. Het Hof had terecht geoordeeld dat geen sprake was van verlies of speculatie en dat de winst haar verklaring vindt in de trainingsarbeid.
De Hoge Raad overwoog verder dat de winst niet als hobby kan worden aangemerkt, mede gelet op eerdere winstgevende verkopen, de naamsbekendheid van de B.V. en de wijze van training. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de winst uit de verkoop van het paard wordt als arbeidsinkomen aangemerkt.