ECLI:NL:PHR:2011:BP4660
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op laatste woord en bewezenverklaring cocaïne-export en wapenbezit
In deze zaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van cocaïne en het bezit van een vuurwapen. Het gerechtshof had verdachte veroordeeld tot 56 maanden gevangenisstraf. Verdachte stelde onder meer dat hem ten onrechte niet opnieuw het laatste woord was gelaten tijdens de zitting, en betwistte de bewezenverklaring van het buiten Nederland brengen van cocaïne.
De Hoge Raad herhaalt dat indien verdachte het laatste woord reeds heeft gehad en er geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht, hem niet opnieuw het laatste woord hoeft te worden verleend. In deze zaak was het laatste woord op 19 april 2010 gelaten, waarna het onderzoek werd onderbroken en op 22 april 2010 gesloten zonder nieuwe inhoudelijke behandeling. Dit is volgens de Hoge Raad niet in strijd met art. 311, vierde lid Sv.
Ten aanzien van de bewezenverklaring bevestigt de Hoge Raad dat verdachte samen met anderen gedragingen heeft verricht die gericht waren op het vervoeren van cocaïne naar Engeland, ook al zijn de koeriers in Nederland gevlucht voordat de drugs daadwerkelijk het land verlieten. Dit valt onder het begrip 'buiten het grondgebied van Nederland brengen' zoals bedoeld in de Opiumwet. Daarnaast is het bezit van een vuurwapen in een woning van verdachte voldoende bewezen verklaard.
De Hoge Raad wijst verder klachten over de bewezenverklaring en vrijspraak af, en verbetert de bewezenverklaring waar nodig. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot 56 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van cocaïne-export en wapenbezit.