ECLI:NL:HR:2006:AV1558
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- C.B. Bavinck
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid belastingadviseur voor nalaten waarschuwing over wetswijziging vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil tussen een belastingadvieskantoor, Ernst & Young, en haar cliënten, Die Kölnische c.s., over de beroepsaansprakelijkheid van Ernst & Young. De kern van het geschil is of Ernst & Young een spontane adviseringsplicht had om de cliënten te waarschuwen voor de mogelijke toepasselijkheid van artikel 28b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Vpb), dat de waardering van aandelen in buitenlandse verzekeringsmaatschappijen wijzigt.
Het hof oordeelde dat Ernst & Young vanaf juni 1990 voldoende kennis had van de wetswijziging en de structuur van het concern, en dat het nalaten om in de tax comfort letter (TCL) van 12 juni 1990 te wijzen op de mogelijke gevolgen van artikel 28b Vpb een toerekenbare tekortkoming en onrechtmatig handelen opleverde. Ernst & Young had volgens het hof niet spontaan hoeven te adviseren, maar wel bij beantwoording van specifieke vragen in de TCL.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de toekomstige belastingheffing over 1990 en volgende jaren aanleiding zou moeten zijn voor een andere beoordeling van de jaarrekening over 1989. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelt Die Kölnische in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.