ECLI:NL:HR:2008:BF1182
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende motivering in bedreigingszaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over een poging tot afpersing door bedreiging met een schroevendraaier. Verdachte werd ervan beschuldigd op 31 augustus 2005 een slachtoffer met een schroevendraaier te hebben bedreigd om geld af te dwingen. Het hof achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het misdrijf had gepleegd, ondanks zijn ontkenning en het ontbreken van zichtbare schroevendraaier op videobeelden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in zijn bewijsmotivering terecht heeft aangegeven waarom het geen geloof hechtte aan de ontkennende verklaring van verdachte, en dat deze werkwijze niet in strijd is met het motiveringsvereiste van art. 359 Sv Pro. Wel vernietigt de Hoge Raad het arrest voor wat betreft de strafoplegging, omdat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat verdachte eerder soortgelijke feiten jegens hetzelfde slachtoffer had gepleegd zonder dat dit uit de stukken blijkt.
De Hoge Raad wijst het beroep voor het overige af en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe strafoplegging. Daarmee wordt het arrest gedeeltelijk vernietigd en moet het hof de straf opnieuw motiveren zonder de onjuiste feiten mee te wegen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de straf.