ECLI:NL:HR:2009:BK0866
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens schending hoor en wederhoor
De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie tot verlening van een machtiging voor voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Zutphen had deze machtiging verleend voor de duur van een jaar na het horen van betrokkene, zijn raadsvrouwe, en diverse betrokkenen.
Tijdens de procedure had de raadsvrouwe van betrokkene verzocht om contact op te nemen met de huisarts en het PIT. De rechtbank heeft vervolgens telefonisch inlichtingen ingewonnen bij de waarnemend huisarts en een PIT-verpleegkundige, zonder deze inlichtingen aan betrokkene of zijn raadsvrouwe voor te leggen of hen de mogelijkheid te bieden hierop te reageren.
De Hoge Raad oordeelt dat dit handelen in strijd is met artikel 8 lid 8 en Pro 9 in verbinding met artikel 17 lid 2 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en het beginsel van hoor en wederhoor zoals neergelegd in artikel 5 EVRM Pro. Omdat de rechtbank haar beslissing mede op deze inlichtingen heeft gebaseerd en er geen bijzondere omstandigheden waren die het ontzeggen van hoor en wederhoor rechtvaardigden, kan de beschikking niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de machtiging tot voortgezet verblijf wegens schending van het hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.