ECLI:NL:HR:2010:BK0870
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vervangende rechterlijke machtiging overdracht erfpachtrecht en redelijkheid voorwaarden canon
De zaak betreft een verzoek tot vervangende rechterlijke machtiging voor de overdracht van een erfpachtrecht op een perceel, waarbij het Hoogheemraadschap voorwaarden stelde aan de toestemming, waaronder een hogere canon. De kantonrechter en het hof wezen het verzoek af, waarbij het hof oordeelde dat het waterschap aan toestemming voorwaarden mag verbinden, ook met betrekking tot de canon.
In cassatie werd betoogd dat de voorwaarden van het waterschap niet als 'recht' in de zin van art. 79 RO Pro kunnen gelden en dat de canon volgens de algemene voorwaarden voor het gehele erfpachttijdvak vaststaat en niet tussentijds gewijzigd kan worden via overdracht. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom art. 9 lid 2 AV Pro 1982 in het licht van art. 3 en Pro 20 lid 2 AV 1982 zo uitgelegd moet worden dat canonwijziging bij overdracht mogelijk is.
Voorts stelde de Hoge Raad dat de rechter bij een verzoek tot vervangende machtiging moet toetsen of de door de eigenaar gestelde voorwaarden redelijk zijn. Het hof had geoordeeld dat een bepaalde voorwaarde in strijd was met het goederenrechtelijke karakter van het erfpachtrecht en dus onredelijk was, maar had het verzoek toch afgewezen. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.
De Hoge Raad veroordeelde het Hoogheemraadschap tot betaling van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing en verwijst zaak terug voor verdere behandeling over redelijkheid voorwaarden overdracht erfpachtrecht.