ECLI:NL:HR:2011:BO2013
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 10d Wet Vpb niet in strijd met discriminatieverboden bij binnenlands concern
Belanghebbende, een vennootschap behorend tot een zuiver binnenlands concern, bracht in 2004 renteaftrek in mindering op haar resultaat. De Inspecteur weigerde een deel van deze renteaftrek op grond van artikel 10d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, gericht tegen onevenwichtige financieringsverhoudingen binnen concerns. Na bezwaar en beroep werd dit standpunt door de Rechtbank en het Hof bevestigd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de toepassing van artikel 10d discriminatoir is, omdat binnenlandse concerns anders worden behandeld dan grensoverschrijdende concerns, en omdat leningen van verbonden natuurlijke personen anders worden behandeld dan leningen van verbonden vennootschappen. De Hoge Raad oordeelde dat het doel van artikel 10d niet discriminatoir is en dat de wetgever een redelijke grond had om de regeling ook op binnenlandse concerns toe te passen om belastingontwijking te voorkomen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de regeling zich beperkt tot financieringsverhoudingen binnen groepen van vennootschappen en niet ziet op leningen van natuurlijke personen. De motiveringsklacht van belanghebbende faalde eveneens. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.