ECLI:NL:HR:2011:BP1079
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Huurderschap en voortzetting huurovereenkomst na opname en overlijden huurder
De zaak betreft een geschil over het medehuurderschap en de voortzetting van een huurovereenkomst na opname van de huurder in een zorgcentrum en haar daaropvolgende overlijden. [Eiser 1] en [eiseres 2] vorderden medehuurderschap op grond van art. 7:267 BW Pro of subsidiair voortzetting van de huurovereenkomst op grond van art. 7:268 lid 2 BW Pro. De kantonrechter wees de vorderingen af, waarna het hof dit bekrachtigde met het argument dat het medehuurderschap niet meer toewijsbaar was vanwege ontruiming en verhuur aan derden.
De Hoge Raad oordeelt dat het feit dat de woning ontruimd is en verhuurd aan derden niet in de weg staat aan toewijzing van de vorderingen indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat het enkele feit dat de huurder wegens ziekte of hulpbehoevendheid in een zorgcentrum verbleef en daardoor geen gemeenschappelijke huishouding meer voerde, niet automatisch betekent dat de vordering op grond van art. 7:268 lid 2 BW Pro moet worden afgewezen. De rechter moet de omstandigheden van het geval beoordelen.
Het hof had volgens de Hoge Raad een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de vordering op grond van art. 7:268 lid 2 niet Pro toewijsbaar was omdat de duurzame gemeenschappelijke huishouding al lange tijd vóór het overlijden was geëindigd. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Arnhem voor verdere behandeling.